|
Met de levensloopregeling kunnen werknemers geld sparen om onbetaald verlof
(ouderschapsverlof, zorgverlof) te financieren of om eerder te stoppen met werken.
Als werknemers hieraan willen meedoen, moeten zij dit voor 1 januari melden bij hun
werkgever. Daarbij moeten ze aangeven welk percentage van hun bruto jaarloon zij
periodiek willen laten storten. Dit mag jaarlijks maximaal 12% zijn. In totaal mogen
werknemers 210% van het bruto jaarloon sparen.
Uitzondering: werknemers die op 31 december 2005 51 jaar of ouder zijn, maar nog
geen 56 jaar, mogen jaarlijks meer storten dan 12%. Ook zij mogen maximaal sparen
tot 210% van het bruto jaarloon. Over de inleg wordt geen loonheffing betaald, wel de
premies werknemersverzekeringen.
Werknemers geven aan waar de werkgever het geld op moet storten zoals een speciale
levensloopregeling bij een bank of verzekeraar. Over deze storting is geen loonheffing
verschuldigd, maar wel premies voor de werknemersverzekeringen. Als de werknemer het
tegoed wil opnemen om zijn verlof te financieren, keert de financiële instelling aan de
werkgever uit. De werkgever houdt dan loonheffing in en betaalt het tegoed vervolgens
aan de werknemer. De uitbetaling van het tegoed loopt via de werkgever.
Let op: werkgevers zijn verplicht mee te werken aan het verzoek van de werknemer om
deel te nemen aan de levensloopregeling. Als de werknemer levensloopverlof wil
opnemen, heeft hij toestemming nodig van de werkgever.
Zie ook www.levensloopregeling.szw.nl
Spaarloon
Naast de levensloopregeling blijft ook de spaarloonregeling bestaan. Werknemers moeten
jaarlijks kiezen aan welke regeling ze willen deelnemen: de spaarloon- of de
levensloopregeling. Deelnemen aan beide is niet mogelijk. Het spaarloonbedrag dat in
2008 maximaal gespaard mag worden is € 613,-.
Let op: als een werknemer na de eerste dag van het kalenderjaar bij u in dienst treedt, kan hij/zij niet van
uw spaarloonregeling gebruikmaken.
|